Van schaduw naar licht

50BD887F-A003-4518-BD33-0ED37B064F7E_edited.jpg

In onze narcistische maatschappij moet alles mooi en happy zijn. Wat we minder fijn vinden aan onszelf en anderen duwen we onder de mat, mag niet gezien worden. En dat doen we eigenlijk al ons hele leven. In ons groeiproces van boorling naar kind en van kind naar volwassene leren we via onze opvoeders welke waarden, gedachten, gedragingen… voor hen of onze samenleving wenselijk zijn en welke niet. Gaandeweg leren we – onbewust – de minder wenselijke stukken van onszelf te onderdrukken. We zetten ze in de schaduw. Zelfs zodanig dat we sommige ervan totaal niet meer in onszelf herkennen.

Vroeg of laat komen we die schaduwkanten weer tegen. Vaak gespiegeld door een belangrijk persoon (onze partner, een vriend(in), een collega, baas…). Soms als iets wat we bewonderen in de ander, soms als ergernis of iets wat we ronduit haten en bestrijden. Maar wat we in hen veroordelen, veroordelen we ook in onszelf. En dat is jammer. Want in mijn praktijk en persoonlijk leven zie ik steeds opnieuw hoe door die schaduwkanten aan het licht te brengen, en ze weer te leren waarderen als vergeten en noodzakelijke delen van onszelf, we onszelf juist kunnen optillen, helen, heler maken. 

 

Schaduwwerk is in deze tijden van transitie enorm aan de orde. Ook collectief en maatschappelijk speelt veel schaduw op die we kunnen bestrijden, of juist onder ogen zien en integreren als complementair en noodzakelijk. Als we onze schaduw hebben erkend, kunnen we leren hem op een positieve manier te gebruiken. Ook naar anderen maakt het ons begripvoller, toleranter, liefdevoller. Niet per se een eenvoudig proces, maar wel zeer waardevol en verrijkend.

image0-2.jpeg